Gebruiksmomenten
Waar wil je de camera voor gebruiken? De belangrijkste vraag bij het kopen van een spiegelreflexcamera. Wil je foto’s maken van vrienden en familie met een camera zonder allerlei ingewikkelde instellingen? Kies dan voor een compactcamera. Deze beschikken over voorgeprogrammeerde instellingen voor allerlei situaties, zoals sport, strand en portret. De camera kiest dan zelf de juiste instellingen. Mislukte foto’s behoren hiermee vrijwel tot het verleden. Is fotografie je hobby of je werk en wil je juist alle extra instellingen, zoals diafragma, sluitertijd en witbalans, zelf in de hand hebben? Dan kies je voor een digitale spiegelreflexcamera of een bridgecamera. Een bridgecamera is een compactcamera met verwisselbare lenzen.
Megapixels belangrijk?
Nee, die zijn een stuk minder belangrijk dan men soms wil doen geloven. Ter vergelijking: maak je met een drie megapixelcamera een foto op de hoogste resolutie, dan is deze al vier keer zo groot als je beeldscherm. Over het algemeen is het wel zo: hoe meer megapixels, hoe hoger de resolutie en hoe scherper en gedetailleerder je foto’s. Maar voor het afdrukken in een album of het laten zien op een computerbeeldscherm is een camera met 16 megapixel echt niet nodig.
Optische of digitale zoom?
Bij optische zoom haalt de camera het onderwerp dichterbij door het verschuiven van lenzen. Bij digitale zoom wordt er ingezoomd op een deel van de foto en lever je een hoop aan kwaliteit in. Optische zoom is daarom beter. Voor normaal gebruik is 3x optische zoom een goede waarde. Bij ver inzoomen wordt de kans op een onscherpe foto trouwens erg groot. Een camera met beeldstabilisator zorgt ervoor dat het trillen van je handen wordt gecorrigeerd, zodat de foto niet 'bewogen' wordt.
Overzetten naar computer of tv?
Daar zijn twee mogelijkheden voor. Meest eenvoudig is om de camera via een kabeltje (meestal USB) op je pc aan te sluiten. Op die manier zet je de foto’s over naar de harde schijf van de computer. Ook kun je het geheugenkaartje uit de camera halen en deze in de kaartlezer van de computer stoppen. Het overzetten van de foto’s gaat zo iets sneller dan bij het overzetten via een kabeltje. Als een camera over de functie PictBridge beschikt, kun je de foto’s rechtstreeks naar een printer sturen zonder dat je de computer hoeft aan te zetten. Foto’s op de tv laten zien kan met een zogenaamde tv out-aansluiting. Ook hiervoor is een kabeltje nodig. Moderne camera’s die ook in High Definition (HD) kunnen filmen hebben tegenwoordig vaak een HDMI-aansluiting. Zo vertoon je je filmpjes eenvoudig op een lcd- of plasma-tv.
Aantal foto’s opslaan
Elke digitale camera werkt met een geheugenkaartje. De opslagcapaciteit daarvan wordt uitgedrukt in gigabyte (GB). Het is aan te raden om bij het kopen van de camera gelijk één (of meer) geheugenkaartjes aan te schaffen. Op het interne geheugen van een toestel kun je namelijk maar een paar foto’s kwijt. Hieronder een tabel om je een indruk te geven van hoeveel foto's er ongeveer op een geheugenkaart passen.
| |
Cameratype |
| Opslagcapaciteit |
4 megapixel |
5 megapixel |
6 megapixel | 7 megapixel | 8 megapixel |
| 256 Mb | 122 foto's | 101 foto's | 80 foto's | 66 foto's | 58 foto's |
| 512 Mb | 243 foto's | 200 foto's | 160 foto's | 132 foto's | 116 foto's |
| 1 Gb | 420 foto's | 350 foto's | 320 foto's | 264 foto's | 232 foto's |
| 2 Gb | 830 foto's | 700 foto's | 640 foto's | 527 foto's | 464 foto's |
| 4 Gb | 1660 foto's | 1400 foto's | 1280 foto's | 1054 foto's | 929 foto's |